In Italië leeft sterk het besef dat de aanplant van internationale druiven voor de bekendheid van de wijnen van belang is, maar dat de eigen, lokale druiven, niet mogen worden vergeten. Dat is dan ook zeker niet het geval bij de nero d’avola, een typisch Siciliaanse blauwe druif, die we tegenwoordig meer en meer tegenkomen. Voordeel is zijn bestendigheid tegen het onbarmhartig hete klimaat van dit eiland, waarin hij toch altijd wat zuren en frisheid weet te behouden. De Lamùri wordt bovendien gemaakt op basis van lage opbrengsten, zodat hij veel kracht en rijp fruit heeft.
Uitstekend te combineren met lamsvlees van de grill, eendenborst, een stevig pastagerecht, lichtbelegen kazen.
De wijngaarden liggen hier op een hoogte tussen de 450 en 750 meter. De eerste gisting van de druiven geschiedt in stalen vaten bij een temperatuur tussen de 25 en 28Cº. De schillen blijven de eerste 12 dagen in de stalen vaten. De verdere rijping geschiedt, gedurende 12 maanden, in 20% nieuwe en 80% gebruikte Frans eiken vaten van 225ltr. Vervolgens wordt de wijn gebotteld en blijven de flessen voor verdere rijping nog zo'n 3 maanden in de kelders van het domein.