De witte druiven worden van begin september tot het einde van oktober met de hand geoogst.
De eerste gisting ondergaat de most in stalen vaten die op een temperatuur worden gecontroleerd tussen de 16 en 18 Cº. De verdere rijping geschiedt in vaten van cement, waarbij ook het bezinksel mee gaat om een zo mooi mogelijke geuer en smaak te krijgen. Begin van het nieuwe jaar wordt de wijn gefilterd en gebotteld.