Het bedrijf staat niet alleen bekend om zijn wijnen maar ook om zijn vee. Er lopen hier befaamde renpaarden en Chiana-runderen, die de beroemde 'biefstuk a la Fiorentina' leveren. Alberto Moretti kocht het landgoed in 1950 van de twee prinsessen Margherita en Cristina Savoia d’Aosta. Niet voor de wijn, maar vooral vanwege het fraaie wild dat hier rondliep. Maar hij verwaarloosde de wijn niet, en bouwde een fraai bedrijf op. Aan het roer van het bedrijf staat nu zijn zoon Dr. Antonio Fioravante Moretti. Deze is niet alleen een groot zakenman, maar ook een liefhebber van wijn. Na zijn studie economie aan de universiteit van Sienna, opende Antonio eerst zijn eigen kledingzaak. Het bedrijf groeide snel uit tot een winkelketen met vestigingen in heel Italië. Hij zag al snel in dat hij niet de expertise in huis had om het wijnbedrijf van zijn vader naast zijn imperium gewoon voort te zetten. Hij zocht daarvoor de hulp van Dr. Carlo Ferrini en zijn assistent Gioia Cresti. Ferrini is beroemd om zijn adviezen aan onder meer Castello di Brolio, Poliziano, Castelli di Fonterutoli en Castello di Terriccio. Samen met Gilbert Bouvet, verantwoordelijk voor het klonen en opvoeden van de beste Sangiovese druivenstokken was het bedrijf compleet. Besloten werd nieuwe stokken te planten, maar eerst werden er kleine watergeulen aangebracht voor irrigatie van de grond in de wijngaarden. De grond bestaat hier uit een mix van klei, zand, leem en grote stenen. Ferrini prefereert open gistingskuipen en het voortduren omroeren van de druivenschillen door de wijn tijdens de gisting. Dit levert wijnen op met veel kleur en een rijke, krachtige smaak. Met zo veel aandacht voor detail is er geen twijfel mogelijk dat Sette Ponti in de toekomst nog mooiere wijnen van de wijngaarden in de omgeving van Arezzo zal halen dan nu al het geval is.