De wijngaarden liggen op een hoogte tussen de 300 en 350 meter. De kleiachtige grond is kalkrijk. De druiven worden handmatig geplukt en naar de wijnmakerij vervoerd in kleine kratten van 15 tot 18 kg. Na de pluk vindt de eerste gisting plaats (20 tot 30 dagen) onder een gecontroleerde temperatuur van 18 tot 20 Cº in stalen- of cementen vaten. Vervolgens wordt de wijn verder gerijpt in stalen vaten om vervolgens in maart te worden gebotteld.